Taakbrief
Ieder kind krijgt een taakbrief als ze vier jaar zijn. Als een kind de taakbrief in het begin nog niet gebruikt, is dit geen probleem. Het is een natuurlijk proces. In groep 1 is de taakbrief een aftekenlijst waarop de kinderen registreren (met de kleur van de dag) waar ze gespeeld hebben. Deze taakbrief krijgen de kinderen ook in groep 2. Na de voorjaarsvakantie krijgen ze een andere taakbrief. Deze is ter voorbereiding op groep 3. Na de voorjaarsvakantie in groep 3 krijgen ze een taakbrief ter voorbereiding naar groep 4. Met iedere verandering krijgen de kinderen meer verantwoording en eigenaarschap.

Dagritmekaarten
In iedere klas hangen dagritmekaarten. Dit zijn standaardkaarten (of foto’s welke samen met de kinderen aan het begin van het jaar gemaakt zijn). De leerkracht zorgt iedere dag dat de kaarten ophangen zoals het ritme van de dag is. Dit geeft houvast en duidelijkheid voor de kinderen, zodat zij weten wat er die dag gaat gebeuren. Begin groep 3 staan daar de lessen, die de kinderen die dagen gaan make, erbij. Na de voorjaarsvakantie staan deze lessen op de taakbrief van de kinderen en verdwijnen ze van het bord.

Huishoudelijke taken en maatjes
De kinderen hebben allemaal een maatje. Je staat samen met je maatje in de rij. Je maatje is diegene waaraan je hulp vraagt als je een probleem hebt. Dat kan zijn bijvoorbeeld ‘ik krijg mijn veters niet gestrikt’. Verder hebben ze samen een huishoudelijke taak. Dat zijn taken die in de klas moeten gebeuren. Denk hierbij aan een kast nestjes maken, controleren of de huishoek netjes is opgeruimd, een berichte doorgeven aan een andere leerkracht, de tafels schoonmaken. Zo zijn er verschillende taken te bedenken.

Uitgestelde aandacht
Wij werken met uitgestelde aandacht. Dat betekent dat de leerkracht niet altijd bereikbaar is. De kinderen moeten leren dat ze bij hun werkplek blijven. Als je een probleem hebt, kun je hulp vragen aan iemand die in de hoek is waar je speelt/die bij je aan tafel zit. Als diegene je probleem niet kan oplossen, mag je hulp vragen aan je maatje. Als die je probleem niet kan oplossen, mag je naar de leerkracht. Als de leerkracht de vaste route aan het lopen is, komt de leerkracht langs en kan ze het kind helpen zijn probleem op te lossen. Dit alles doen we om de kinderen oplossingsgericht te leren denken en zelfstandig te worden.

Begeleiding leerproces/Instructietafel
Bij de kleuters is er geen instructietafel. Daar sluit de leerkracht aan bij de kinderen die aan het spelen zijn. Als leerkracht ben je er verantwoordelijk voor om de doelen, die de kinderen zich die periode eigen moeten maken, te verstoppen in het spel. We hebben iedere week twee nieuwe doelen en kijken waar we deze in onze groep kunnen observeren. Voor groep 3 is dit anders. Daar krijgen de kinderen korte instructie en de kinderen die dat nodig hebben roept de leerkracht bij zich aan de instructietafel. Aan het begin van het schooljaar geven we instructie van lezen en rekenen in de ochtend. Na het buitenspelen schrijven en spelling. Dit noemen we stapelinstructie. Verder in het jaar stapelen we meerdere vakken en mogen de kinderen zelf kiezen wat ze eerst gaan maken. Ze weten wanneer ze aan de instructietafel moeten komen.

Thematisch onderwijs
We starten met een pakkende opening. We gaan ergens heen, we halen iets in de klas, we kijken een filmpje. Alles om de kinderen nieuwsgierig te maken. Daarna krijgen ze een ‘kletskaart’ mee naar huis. Op deze kaart staan vragen. Het is de bedoeling dat ze thuis in gesprek gaan over het thema. Na een paar dagen nemen alle kinderen een voorwerp mee naar school. Er wordt een hoepelsessie gehouden en de voorwerpen worden in categorieën verdeeld. Na de hoepelsessie is er een gesprek waarin de kinderen duidelijk maken welke hoek ze willen bouwen in de klas. Wij als leerkracht zorgen dat de doelen in de hoeken verstopt worden, maar wij volgen de klas. We bespreken wekelijks wat we nog kunnen toevoegen aan het thema.

Leerweggetje
De kinderen kunnen een eigen leerweggetje kiezen. De leerkracht gaat met de leerling in gesprek om zo te bepalen wat de leerling zou willen leren en wat de leerling al weet van wat hij wil leren. Dit mag alles zijn. Je kan hierbij denken aan: ik wil leren veterstrikken; ik wil leren kleuren; ik wil een dier leren tekenen; ik wil een poppetje met kleding aan leren tekenen; Ik wil leren hoe ik een vliegtuig moet vouwen; ik wil leren schaken. Het mag alles zijn.

Open wanden
Wij werken met open wanden, dit heeft meerdere doelen. Een daarvan is, twee leerkrachten zien meer dan één. Kinderen kunnen werken waar ze willen. Is in de ene klas een tafel vol, dan mag je in de andere groep gaan zitten. Leerkrachten kunnen gebruik maken van elkaars talenten. Kinderen kunnen kiezen aan wie ze hulp vragen. De leerkrachten lopen een ronde door beide groepen. Verder geeft het een ruimtelijk gevoel. De wanden zijn tijdens de werkles open, maar kunnen ook dicht als er ergens rust voor nodig is. Daarom is het zo fijn dat de wanden flexibel zijn.

Handelingswijzer
Dit zijn stappenplannen die de kinderen kunnen helpen bij het aanleren van bepaalde vaardigheden. Bijvoorbeeld een handelingswijze ‘Hoe maak ik een puzzel?’ In groep 3 hebben we bij iedere rekenles een handelingswijzer ‘Welke stappen moet je nemen om de som te kunnen maken?’

Taakbrief
Ieder kind krijgt een taakbrief als ze vier jaar zijn. Als een kind de taakbrief in het begin nog niet gebruikt, is dit geen probleem. Het is een natuurlijk proces. In groep 1 is de taakbrief een aftekenlijst waarop de kinderen registreren (met de kleur van de dag) waar ze gespeeld hebben. Deze taakbrief krijgen de kinderen ook in groep 2. Na de voorjaarsvakantie krijgen ze een andere taakbrief. Deze is ter voorbereiding op groep 3. Na de voorjaarsvakantie in groep 3 krijgen ze een taakbrief ter voorbereiding naar groep 4. Met iedere verandering krijgen de kinderen meer verantwoording en eigenaarschap.

Dagritmekaarten
In iedere klas hangen dagritmekaarten. Dit zijn standaardkaarten (of foto’s welke samen met de kinderen aan het begin van het jaar gemaakt zijn). De leerkracht zorgt iedere dag dat de kaarten ophangen zoals het ritme van de dag is. Dit geeft houvast en duidelijkheid voor de kinderen, zodat zij weten wat er die dag gaat gebeuren. Begin groep 3 staan daar de lessen, die de kinderen die dagen gaan make, erbij. Na de voorjaarsvakantie staan deze lessen op de taakbrief van de kinderen en verdwijnen ze van het bord.

Huishoudelijke taken en maatjes
De kinderen hebben allemaal een maatje. Je staat samen met je maatje in de rij. Je maatje is diegene waaraan je hulp vraagt als je een probleem hebt. Dat kan zijn bijvoorbeeld ‘ik krijg mijn veters niet gestrikt’. Verder hebben ze samen een huishoudelijke taak. Dat zijn taken die in de klas moeten gebeuren. Denk hierbij aan een kast nestjes maken, controleren of de huishoek netjes is opgeruimd, een berichte doorgeven aan een andere leerkracht, de tafels schoonmaken. Zo zijn er verschillende taken te bedenken.

Uitgestelde aandacht
Wij werken met uitgestelde aandacht. Dat betekent dat de leerkracht niet altijd bereikbaar is. De kinderen moeten leren dat ze bij hun werkplek blijven. Als je een probleem hebt, kun je hulp vragen aan iemand die in de hoek is waar je speelt/die bij je aan tafel zit. Als diegene je probleem niet kan oplossen, mag je hulp vragen aan je maatje. Als die je probleem niet kan oplossen, mag je naar de leerkracht. Als de leerkracht de vaste route aan het lopen is, komt de leerkracht langs en kan ze het kind helpen zijn probleem op te lossen. Dit alles doen we om de kinderen oplossingsgericht te leren denken en zelfstandig te worden.

Begeleiding leerproces/Instructietafel
Bij de kleuters is er geen instructietafel. Daar sluit de leerkracht aan bij de kinderen die aan het spelen zijn. Als leerkracht ben je er verantwoordelijk voor om de doelen, die de kinderen zich die periode eigen moeten maken, te verstoppen in het spel. We hebben iedere week twee nieuwe doelen en kijken waar we deze in onze groep kunnen observeren. Voor groep 3 is dit anders. Daar krijgen de kinderen korte instructie en de kinderen die dat nodig hebben roept de leerkracht bij zich aan de instructietafel. Aan het begin van het schooljaar geven we instructie van lezen en rekenen in de ochtend. Na het buitenspelen schrijven en spelling. Dit noemen we stapelinstructie. Verder in het jaar stapelen we meerdere vakken en mogen de kinderen zelf kiezen wat ze eerst gaan maken. Ze weten wanneer ze aan de instructietafel moeten komen.

Thematisch onderwijs
We starten met een pakkende opening. We gaan ergens heen, we halen iets in de klas, we kijken een filmpje. Alles om de kinderen nieuwsgierig te maken. Daarna krijgen ze een ‘kletskaart’ mee naar huis. Op deze kaart staan vragen. Het is de bedoeling dat ze thuis in gesprek gaan over het thema. Na een paar dagen nemen alle kinderen een voorwerp mee naar school. Er wordt een hoepelsessie gehouden en de voorwerpen worden in categorieën verdeeld. Na de hoepelsessie is er een gesprek waarin de kinderen duidelijk maken welke hoek ze willen bouwen in de klas. Wij als leerkracht zorgen dat de doelen in de hoeken verstopt worden, maar wij volgen de klas. We bespreken wekelijks wat we nog kunnen toevoegen aan het thema.

Leerweggetje
De kinderen kunnen een eigen leerweggetje kiezen. De leerkracht gaat met de leerling in gesprek om zo te bepalen wat de leerling zou willen leren en wat de leerling al weet van wat hij wil leren. Dit mag alles zijn. Je kan hierbij denken aan: ik wil leren veterstrikken; ik wil leren kleuren; ik wil een dier leren tekenen; ik wil een poppetje met kleding aan leren tekenen; Ik wil leren hoe ik een vliegtuig moet vouwen; ik wil leren schaken. Het mag alles zijn.

Open wanden
Wij werken met open wanden, dit heeft meerdere doelen. Een daarvan is, twee leerkrachten zien meer dan één. Kinderen kunnen werken waar ze willen. Is in de ene klas een tafel vol, dan mag je in de andere groep gaan zitten. Leerkrachten kunnen gebruik maken van elkaars talenten. Kinderen kunnen kiezen aan wie ze hulp vragen. De leerkrachten lopen een ronde door beide groepen. Verder geeft het een ruimtelijk gevoel. De wanden zijn tijdens de werkles open, maar kunnen ook dicht als er ergens rust voor nodig is. Daarom is het zo fijn dat de wanden flexibel zijn.

Handelingswijzer
Dit zijn stappenplannen die de kinderen kunnen helpen bij het aanleren van bepaalde vaardigheden. Bijvoorbeeld een handelingswijze ‘Hoe maak ik een puzzel?’ In groep 3 hebben we bij iedere rekenles een handelingswijzer ‘Welke stappen moet je nemen om de som te kunnen maken?’


Kom kennismaken met de Globetrotter Katendrecht
Nieuwsgierig naar onze school en onze manier van werken? Plan eenvoudig een kennismakingsgesprek via onze afsprakenmodule. Wij ontmoeten u graag.


